Afdrukken

VvE vrijgesteld van omzetbelasting

In het verleden konden organisaties, die op grond van de Wet op de omzetbelasting 1968 niet als ondernemer in de zin van die wet gekwalificeerd werden, op verzoek worden aangemerkt als ondernemer. Dit gold bijvoorbeeld voor Verenigingen van Eigenaren van onroerende zaken. Deze regel werd in 1999 ingetrokken; dergelijke organisaties moesten het ondernemerschap uiterlijk met ingang van 1 januari 2001 beëindigen.

Gebleken is dat beëindiging van het ondernemerschap bepaalde ongunstige gevolgen voor Verenigingen van Eigenaren van onroerende zaken (VvE) heeft. Van dergelijke verenigingen kunnen zowel ondernemers lid zijn die vrijgestelde dan wel belaste prestaties verrichten, als ook niet-ondernemers. De VvE vormt uit de van de leden ontvangen bijdragen onder meer reserves voor in de toekomst uit voeren (groot) onderhoud. Voor zover de VvE gebruik hebben gemaakt van de vroegere faciliteit, hebben zij over de van hun leden ontvangen bijdragen omzetbelasting op aangifte voldaan. Het gevolg van het vervallen van deze faciliteit is, dat voor bestedingen ten laste van de op het moment van beëindiging van het ondernemerschap aanwezige reserves, doorgaans BTW aan de VvE in rekening zal worden gebracht. Deze BTW komt niet voor aftrek in aanmerking. De VvE ervaren deze gang van zaken als een dubbele heffing van omzetbelasting. Bovendien hebben niet alle VvE het ondernemerschap uiterlijk met ingang van 1 januari 2001 beëindigd.

 

Wanneer ben je ondernemer voor de BTW en waarom is de VvE dat niet?

De belastingdienst beoordeeld of u (de VvE) een ondernemer is voor de BTW aan de hand van de volgende criteria:

  • Oefent u zelfstandig een bedrijf of beroep uit?
  • Hebt u regelmatig inkomsten?
  • Hebt u inkomsten naast uw werk in vaste dienst?
  • Exploiteert u een vermogensbestanddeel of een recht?

Geen van deze criteria is van toepassing bij een Vereniging van Eigenaren. De VvE:

  • is geen zelfstandig bedrijf maar een belangenvereniging.
  • genereerd geen inkomsten maar ontvangt bijdragen in de verwachte kosten.
  • is een voor de wet een rechtspersoon.
  • Expoiteert geen vermogensbestanddeel maar beheerd de gemeenschap en ziet toe dat elke eigenaar en gebruiker de regels naleeft.

 

Overgangsregel i.v.m beëindigen ondernemerschap per 1 januari 2001


(deze regel is vervallen per 07-12-2011)

De Belastingdienst versoepelde de voorgaande regel; de VvE kregen tot 1 januari 2002 de tijd om het ondernemerschap te beëindigen. Zij dienden de totale omvang van hun voor toekomstig onderhoud gevormde reserves op het moment van beëindiging van het ondernemerschap, uiterlijk op 31 december 2001, te bepalen. VvE moeten de voor de heffing van omzetbelasting bevoegde inspecteur hiervan in kennis stellen, onder overlegging van de op de VvE betrekking hebbende jaarstukken en overige van belang zijnde gegevens. De omzetbelasting die - in verband met uitgaven door de VvE tot maximaal het bedrag van deze reserves en uiterlijk tot 31 december 2006 - op de wettelijk voorgeschreven wijze aan de VvE in rekening is gebracht, komt voor aftrek in aanmerking (de VvE blijft dus tot dat moment – de uitputting van de op het moment van beëindiging van het ondernemerschap aanwezige reserves dan wel 31 december 2006 - in de administratie van de belastingdienst opgenomen als ware zij voor de heffing van omzetbelasting een ondernemer die belaste prestaties verricht). In het kader van deze regeling dienen alle uitgaven van de VvE naar tijdsgelang in aanmerking te worden genomen. Over de door de VvE van haar leden ontvangen bijdragen ná het tijdstip waarop het ondernemerschap is beëindigd, is de VvE geen omzetbelasting verschuldigd.


De periodiek door de VvE in te dienen aangiften gaan vergezeld van een toelichting waarin ten minste is vermeld het (resterende) saldo van de bij beëindiging van het ondernemerschap aanwezige reserves voor toekomstig onderhoud, het totaal van de in de periode van aangifte in rekening gebrachte bedragen, de in die bedragen begrepen BTW die voor aftrek in aanmerking komt, en het na afloop van de aangifteperiode resterende saldo van de reserves. Een deel van de VvE heeft het ondernemerschap ruim voor 1 januari 2002 beëindigd. Deze verenigingen kunnen als volgt handelen. De VVE bepaalt de omvang van de reserves ten tijde van de beëindiging van het ondernemerschap en stelt de voor de heffing van omzetbelasting bevoegde inspecteur daarvan in kennis. Voor de omzetbelasting die aan deze vereniging sinds de beëindiging van het ondernemerschap in rekening is gebracht, kan zij een verzoek om ambtshalve teruggaaf indienen. Als na de afwikkeling van het verzoek om ambtshalve teruggaaf de reserves voor toekomstig onderhoud nog een positief saldo vertonen, wordt de VvE in de administratie van de belastingdienst opgenomen als ware zij een belast ondernemer. Er zijn VvE die nooit gebruik hebben gemaakt van de faciliteit om niet als ondernemer in de zin van de wet OB te worden aangemerkt. Ten aanzien van deze VvE bestaat met betrekking tot de als voorbelasting aan hen in rekening gebrachte omzetbelasting een bestendige gedragslijn. Deze houdt in dat de door de VvE niet in aftrek gebrachte voorbelasting door de ledenondernemers, naar rato van hun bijdragen en overeenkomstig de geldende wettelijke bepalingen, in aftrek kan worden gebracht. Voor meer informatie kunt u contact opnemen met ons kantoor.

 

Nieuwe regeling: Vooraftrek voor leden-ondernemers per 07-12-2011

Na publicatie in de Staatscourant actualiiseerd de Staatssecretaris van Financiën de hierboven beschreven overgangsregeling. Tevens keurt hij de hieronder beschreven werkwijze (onder voorwaarden) goed.

De tekst in de Staatscourant luidt:

Een vereniging van eigenaren wordt voor de btw-heffing niet aangemerkt als ondernemer. Dit betekent dat de vereniging de btw die drukt op kosten en op onderhoud aan onroerende zaken niet in aftrek kan brengen. Hierdoor kan cumulatie van btw optreden als bij de vereniging leden-ondernemers zijn aangesloten die recht hebben op aftrek van voorbelasting. Om deze cumulatie te voorkomen, ontmoet het in die situatie geen bezwaar dat deze leden-ondernemers de btw die aan de vereniging in rekening is gebracht in aftrek brengen. Dit geldt alleen voor zover de leden-ondernemers belaste handelingen verrichten. In dit kader keur ik op grond van artikel 63 van de AWR (red. Algemene Wet Rijksbelastingen) het volgende goed.

Goedkeuring
Ik keur goed dat de door de vereniging van eigenaren niet in aftrek gebrachte btw door de leden- ondernemers in aftrek kan worden gebracht. Ik verbind hieraan de volgende voorwaarden:

1 - De vereniging van eigenaren kwalificeert voor de btw-heffing niet als ondernemer.

2 - De aftrek door de leden-ondernemers vindt plaats naar rato van de financiële bijdrage van de desbetreffende ondernemer aan de vereniging en met inachtneming van de ter zake geldende wettelijke bepalingen (m.n. artikel 15 van de wet en de artikelen 11 t/m 14a van de beschikking).

3 - De leden-ondernemers nemen voor de btw-heffing ten aanzien van de desbetreffende goederen alle rechten en verplichtingen op zich alsof de btw aan hen in rekening is gebracht en alsof zij de beschikkingsmacht over het goed hebben verworven.

Toepassing van de goedkeuring brengt dus bijvoorbeeld met zich dat de leden-ondernemers de herzieningsbepalingen (de artikelen 11 t/m 14a van de beschikking) toepassen op eventuele investeringsgoederen die onder deze faciliteit zijn gebracht. Verder herzien de leden-ondernemers de eerder in aftrek gebrachte btw als de vereniging het betrokken investeringsgoed binnen de herzieningstermijn doorlevert. Hierbij geldt dat het betrokken investeringsgoed geacht wordt tot het einde van de herzieningstermijn volledig te zijn gebruikt voor vrijgestelde handelingen.


Op basis van deze goedkeuring kan een lid-ondernemer een deel van zijn bijdrage aan de VvE aanmerken als voordruk BTW. De VvE kan dit deel, omdat zij geen ondernemer voor de BTW is, niet op een factuur vermelden.

Nota's van de VvE aan derden

Aangezien (per ultimo 2002) de VvE voor de belastingdienst geen ondernemer meer is kan de VvE zelf geen Btw in rekening brengen aan haar leden. Indien diensten/zaken aan de VvE in rekening gebracht worden in plaats van aan een lid rechtstreeks, dan moet de VvE de nota /gedeelte van de nota inclusef de aan haar in rekening gebrachte btw doorbelasten aan de betrokkene.

 

Ondanks de actualisatie van de overgangsregeling door de Staatssecretaris van Financiën blijft het van kracht dat VvE geen BTW in rekening brengen aan haar leden.

 

 

Bron:

- Site van de Belastingdienst
- Besluit van 4 augustus 1999, nr. VB99/1303 (BWBR0012912)
- Publicatie van besluiten gebundeld en geactualiseerd die betrekking hebben op het recht op aftrek van BTW  Staatcourant 21834

Gerelateerde artikelen:


Geen

Download mogelijkheden:


Staatscourant: Artikel inzake BTW d.d. 25-11-2011.pdf